Ecologische effecten van garnalenvisserij

De garnalenvisserij heeft een meetbaar effect op het ecosysteem, door bodemberoering, bijvangsten en verstoring. Die effecten zijn niet overal even sterk: de effecten op bodemdieren zijn klein in de zandige gebieden, maar nemen toe in de meer slibrijke bodems. Wanneer de visserijdruk vermindert, kunnen vissers niet alleen grotere, maar op de langere termijn zelfs meer garnalen vangen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het rapport dat Wageningen Marine Research en de Waddenacademie hebben gepubliceerd op verzoek van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Rapport Beoordeling van ecologische effecten van garnalenvisserij op bodem en biotoop
Het rapport is geschreven op verzoek van het ministerie van LNV. Een zorgvuldig samengestelde commissie van wetenschappers van verschillende universiteiten en andere kennisinstellingen in Nederland en Vlaanderen is verzocht om de volgende vragen te beantwoorden:

Welke belangrijkste effecten van garnalenvisserij op de natuur zijn in de wetenschappelijke literatuur beschreven, op welke manier, waar en wanneer zijn deze effecten onderzocht, en vooral ook hoe sterk is de bewijsvoering?
Zijn er ook nog andere effecten te verwachten waarover relevante kennis niet of nauwelijks beschikbaar is?
De commissie heeft een overzicht gemaakt van de meest relevante mogelijke effecten van garnalenvisserij en vervolgens, op basis van bestaande literatuur, een inschatting gemaakt van het bestaan en de grootte van elk effect, en de sterkte van het bewijs daarvoor. De meest betrokken partijen, de visserijsector, NGO’s en de overheid, zijn meerdere malen actief betrokken geweest bij het proces.

De commissie heeft geconcludeerd dat de huidige visserijinspanningen hebben geleid tot kleinere garnalen, maar verwacht wordt dat dit effect omkeerbaar is, en dat een vermindering van die visserijinspanning leidt tot een verhoging van de totale vangst. Verder constateert de commissie dat garnalenvisserij als gevolg van bodemberoering een effect heeft op dieren die op en in de zeebodem leven, als gevolg van bijvangst wordt een afname in jonge schol veroorzaakt, en door verstoring invloed heeft op de verspreiding van zwarte zee-eenden.

De commissie identificeerde ook een aantal relevante hiaten in kennis, zoals die rond de effecten van garnalenvisserij op de langere termijn en de optelsom van de effecten van garnalenvisserij met die van andere menselijke activiteiten, de zogenaamde ‘cumulatieve’ effecten.

De toekomst van garnalenvisserij in onze kustwateren is een maatschappelijke, politieke en ook juridische discussie, mede gebaseerd op gedeelde wetenschappelijke kennis. Dit rapport beoogt een compleet, betrouwbaar en breed gedeeld beeld te geven over wat er nu wel en wat er niet bekend is over de mogelijke effecten van garnalenvisserij op de leefomgeving, planten en dieren in de Waddenzee en de Noordzeekustzone. De Waddenacademie en Wageningen Marine Research ambiëren dat dit rapport een gewaardeerde bijdrage levert aan de bredere maatschappelijke discussie over de toekomst van de garnalenvisserij in Nederland.

Het rapport is geschreven door H.J.P. Eijsackers, B.D.H.K. Eriksson, T. van der Heide, P.M.J. Herman, J. van der Meer, H. Polet & I. Tulp, namens Wageningen Marine Research & Waddenacademie.

Lees hier het rapport Beoordeling van ecologische effecten van garnalenvisserij op bodem en biota; Mate van wetenschappelijke onderbouwing(pdf 1,4 Mb) of download het via onze publicatielijst.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit rapport? Dan kunt u contact opnemen met onze persvoorlichters

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven