Vlag-gedrag

Ik dacht altijd dat Nederlanders te nuchter zijn om achter een vlag aan te lopen. Tuurlijk, tijdens een EK of WK voetbal schilderen we graag wat rood-wit-blauw op onze wangen, maar dat is vooral ludiek bedoeld. En uiteraard vormen de Friezen een uitzondering. Zo gauw zij buiten hun provincie zijn, moet er een vlaggetje met ‘pompeblêden’ gehesen worden, ook al is het aan een tentstok. Maar verder? Hier wordt op basisscholen niet elke ochtend bij de vlag het volkslied gezongen. En op onze hoogste heuvels wapperen geen manshoge vlaggen zoals in sommige buitenlanden.

Maar er lijkt iets te veranderen in ons ‘vlag-gedrag’. Dan bedoel ik niet het massaal op de kop hangen van de Nederlandse vlag als protest tegen overheidsbeleid. Nee, ik doel op het fenomeen dat mij voor het eerst opviel toen ik een rondje door de Achterhoek fietste. Op veel plekken hing een voor mij onbekende groene vlag met een wit kruis. Volgens Wikipedia ging het hier om een niet-officiële streekvlag, ontworpen in 2018. Het kruis staat voor de Achterhoekse kronkelwegen met bomenrijen en de verschillende kleuren groen voor het coulisselandschap. Er zijn meer regio’s die recent een eigen vlag hebben gepresenteerd. Salland, waar ik woon, schreef vorig jaar een heuse ontwerpwedstrijd uit voor een eigen vlag. En tot mijn verbazing heeft deze trend ook de oversteek naar Ameland gemaakt: ons mooie Ballum heeft een eigen dorpsvlag. Het ontwerp heeft de basiskleuren van de Amelander vlag en toont een afbeelding van een burchttoren en een kam; een verwijzing naar het slot en het wapen van de familie Van Cammingha die eeuwenlang vanuit Ballum over Ameland regeerde.

Ik heb het niet aan de Ballumers gevraagd, maar de reden waarom het dorp een eigen vlag wilde ligt voor de hand. Een vlag schept een herkenbare identiteit; een wapperende doek markeert een voor iedereen zichtbare grens van een gebied waarbinnen mensen zich onderling verbonden voelen. Met haar vlag maakt het zelfbewuste Ballum duidelijk dat het geen Hollum is, en al helemaal geen Nes of Buren. Het voeren van een eigen vlag door regio’s, steden en dorpen kun je plaatsen in een algehele beweging van een herwaardering van het kleinschalige en lokale. Dankzij de vrijemarkteconomie en internet is de hele wereld met elkaar verbonden. We kunnen gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld live volgen en dat maakt ons meer betrokken bij anderen die we niet persoonlijk kennen. Tegelijkertijd maken al die lijntjes met de rest van de wereld het dagelijks leven soms complex en onoverzichtelijk. Het benadrukken van lokale eigenheid is een manier om je te onderscheiden ten opzichte van de grote wereld en overzicht te houden. De vraag is natuurlijk hoe ver je hierin wilt gaan. De Ballumer dorpsvlag is een ludiek initiatief. Maar wat nu als de inwoners van het Ballumer wijkje De Stringen zich niet aangesproken voelen door de dorpsvlag en met een eigen buurtvlag komen? En wat als de bewoners van ’t Skottepad zich niet herkennen in de vlag van De Stringen en een eigen straatvlag gaan uithangen? Hoe ver willen we gaan in het vormgeven van een eigen unieke identiteit op basis van de plek waar we toevallig wonen? Hoe zorgen we ervoor dat in onze profileerdrang het gevoel voor gezamenlijkheid binnen een groter geheel niet verloren gaat?

Vincent Robijn

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven