De hel van ‘23

Op het moment van schrijven zijn we net halverwege oktober. De dagen worden korter, het kwik daalt weer snel. De herfst heeft zich nu echt ingezet. ’s Avonds is het al voor zevenen best donker en het uur moet er aan het eind van deze maand nog vanaf. Voorheen betekende dat voor Ameland een rustige tijd. Maar dat is er anno 2022 niet meer bij. Onlangs probeerde ik op een doordeweekse maandagnamiddag – buiten de herfstvakanties om, voor de duidelijkheid – begin oktober met de boot terug te reizen naar ons eiland. Dat was een schier onmogelijke opdracht, al lukte dat dankzij een gelukje op het laatst toch nog.

Dat het druk blijft op het eiland is een understatement. Deze column schrijf ik na de lampionnenoptocht in Hollum, die ik voor het eerst met vrouw en kinderen kon bezoeken. Er kwamen massa’s mensen op af. Veel eilanders uiteraard, maar zeker ook een deel toeristen. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn herinneringen uit mijn jeugd minder drukte betroffen. Of dit ook daadwerkelijk zo is, zal ik waarschijnlijk nooit weten. Het maakt me ook niet zo veel uit, ik stoor me over het algemeen niet aan de grote mensenmassa’s. We hebben het er als eilanders allemaal goed van, dat heb ik hier op dezelfde plek nogal eens vaker aangekaart.

Toch werd afgelopen september duidelijk dat dit best weleens kan gaan veranderen. Op de 22e van die maand werden namelijk de uitkomsten van de vervolgonderzoeken van Rijkswaterstaat gepresenteerd met daarin dertien varianten over hoe de bereikbaarheid van Ameland is in te vullen na 2030. Opnieuw zag ik in de zaal van Ons Hol verduveld weinig volk van mijn eigen leeftijd. Terwijl de invulling van die bereikbaarheid wel hand in hand gaat met onze toekomst. En niet van al die mensen – met alle respect – van vijftig jaar of ouder. Dat heeft me mateloos geïrriteerd. Want het hangt ook samen met hoe goed we het hebben.

Over die uitkomsten van de onderzoeken leest u elders in dit nummer. Voor de volgende editie heb ik me uitgedaagd om weer met een aantal mensen om tafel te gaan die verstand van zaken hebben, hun visies te geven. Volgend jaar moet de minister een klap op een van de dertien varianten geven en daarna ligt onze toekomst – en die van onze kinderen – verankerd in die besluitvorming. Ik ben oprecht benieuwd welke variant daar straks uitrolt én wat de verschillende stakeholders in het komende nummer daarop te zeggen hebben. Wat wel vaststaat: de aanmeerlocatie op Ameland blijft vooralsnog hoe dan ook Nes.

Dat het nodig is om na te denken over de invulling van de bereikbaarheid, blijkt het laatste jaar maar weer. Gevoelsmatig zijn er weer iets meer vertragingen door de slechte staat van de vaargeul. Wat overigens ook een veel gehoord argument is, is dat parkeren in Holwerd te duur is. Dat vind ik kul, want dat valt wel mee. Vertel een Amsterdammer het dagtarief voor parkeren op de veerdam en hij zal je vragen of je niet stiekem wat zeewater gerookt hebt. Nu is onze hoofdstad wel het andere uiterste, maar een dag parkeren op de veerdam in Holwerd is nu niet meteen de allergrootste goudmijn wat men weleens beweert dat ze is.

Daarover gesproken: onlangs was ik voor mijn werk als journalist in de wielersport een weekend in Italië voor twee wedstrijden. Een retourvlucht van Eindhoven naar Bergamo kostte 74 euro. Geen geld. Wat dan wel weer duur uitviel: in Italië hanteren ze geen wegenbelasting op auto’s en andere voertuigen. Daar betaal je op de snelweg nog ouderwets tol voor een slagboom. Op de zaterdagavond in de buurt van Brescia pakte hij mijn ticket niet en moest ik – via een heel handig systeem – thuis achteraf betalen. Waar ik naartoe wil: dít was pas een goudmijn, want ik betaalde ruim vijftig euro tol in vijf dagen.

Toch ging er daar wel een oogje open in Italië. De brandstofprijzen waren er aanzienlijk lager dan hier in Nederland en al helemaal hier op Ameland. In vergelijking met de prijzen hier was het ruim zeventig cent goedkoper (benzine) dan op ons eiland en een kleine vijftig met de rest van Nederland. Resultaat: steeds meer mensen pakken daarom nu sneller de fiets, zeker voor kleine afstanden. Dat is natuurlijk wél een goede ontwikkeling. Nu zag ik gelukkig wel dat er weer een kentering in de olieprijzen zit, want ook de energiekosten rijzen de pan uit. Ook daar proberen we in deze periode met z’n alleen zo veel mogelijk op te besparen.

Het is wat dat betreft hopen op betere tijden. Maar ik vrees er wel een beetje voor. Hoewel je dat soort berichten ieder jaar ziet passeren, spreken sommige weermodellen over de koudste winter van de laatste eeuw. Volgens het KNMI valt dat in de eerste verwachtingen wel wat mee. Toch ligt er al vroeg een dik pak sneeuw in Siberië en dat hangt volgens de meteorologen sterk samen met lagere temperaturen in Europa. Vooral vanaf halverwege december zou er kans zijn op vrieskou. Dan maakt de sportliefhebber in mij toch altijd een klein sprongetje. Nu wijlen Piet Paulusma er niet meer is, moet iemand anders het doen:

Ik voorspel een Elfstedentocht op 8 januari 2023.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven