De Buurvrouw 2017-3

‘En’, vroeg buurvrouw, ‘hoe is het gegaan?’ Ik begreep direct wat ze bedoelde. Ik had haar verteld dat ik met mijn kleindochter naar zwemles zou gaan. Zij had al vaak gevraagd of ik een keertje mee wilde. En nu was het eindelijk zover. Nu weet je vooraf dat zwemmen in een zwembad een heel gedoe is. Ik heb dat wel eens eerder aan u verteld. De hokjes, de kastjes, je kleren, schoenen, douchen, afijn noem het hele scala maar op.

En zo werd het donderdag, de dag van de zwemles die ik niet snel zal vergeten. Mamma en oma hadden allerlei andere dringende zaken en zo ging ik niet met één kind naar het zwembad, maar met twee. Ze zijn zes (en een half, volgens haar) en bijna vier. En het zijn meiden. Niet dat jongens altijd gemakkelijk zijn, maar als opa weet je ongeveer wat je van jongens kunt verwachten. Met meisjes is dat anders, zoals dat ook met vrouwen anders zal zijn. Afijn, de rit naar het zwembad in Buren ging goed. Ze zaten rustig samen achter in de auto en de gesprekken gingen over zwemles en de basisschool. Want als je vier wordt verlaat je de peuterspeelzaal en ga je naar de basisschool. Een grote stap in een kinderleven. Voor ik de jongste uit de auto had, was de oudste al het gebouw in gehold. Nu had ik geen instructies of iets dergelijks mee gekregen dus nam ik aan dat alles op de gebruikelijke manier zou verlopen. Achteraf bleek dat niet helemaal het geval te zijn.

Met wat tasjes en een knuffel ging ik met de jongste ook het zwembad binnen. Daar liep ik eerst vast in zo’n poortje, maar met wat stevig doordrukken ging het toch open. Later bleek dat je er niet door moest maar dat je er omheen kon lopen. Waarom dan zo’n poortje zou je zeggen. In de kleedruimte was het druk met kinderen, mamma’s, enkele pappa’s en een oma. Ik kon onze kleindochter echter niet vinden in deze massa. Toen ik haar naam riep bleek ze in een kleedhokje te zijn. Even later kwam ze stralend uit het hokje tevoorschijn. Keurig in haar zwempak. ‘Waar zijn je kleren?’ was mijn eerste reactie. Nog steeds stralend werd de deur van het kleedhokje geopend en daar hingen inderdaad haar kleren netjes aan een haakje. Ze verdween, zonder verder nog iets te zeggen, in een gang die blijkbaar naar het zwembad leidde.

Ook de jongste was ondertussen uit het zicht geraakt en zag ik over de grond kruipen op weg naar het kleedhokje waar haar zus net uit kwam. Ik viste haar van de grond en samen gingen we naar de plek waar je door een paar ramen een stuk van het zwembad kunt zien. Daar zat het ondertussen vol met de mamma’s, de enkele pappa’s en de oma. Wij voegden ons bij deze groep. Omdat de zwemles op dat moment aan de andere kant van het bad was bleven de zwemmers helaas grotendeels uit beeld. Maar onze kleindochter zag gelukkig kans om twee keer dicht bij het raam het water in te springen waarbij ze snel even haar hand op stak. De jongste en opa zwaaiden enthousiast terug.

Toen de zwemles bijna afgelopen was kwam het moment dat ik ook richting het bad moest om haar te douchen. Ik zocht alvast de shampoo maar juist op dat moment zei de jongste dat ze nodig moest. En als ze dat zegt, dan is het ook zo. Na nog razendsnel twee van die blauwe hoesjes om de schoenen te hebben geknoopt rende ik met haar naar de toiletten die in het zwembad zijn, dicht bij de douches. We kwamen er nog net droog langs want het werd daar druk met kinderen en ouders.

Ik kreeg haar op tijd in het toilet, zodat ook zij droog bleef. Normaal gaat het aankleden daarna altijd goed, maar door de haast ging het nu net even mis. Ze brulde direct dat er iets niet goed zat. Op mijn vraag wat dit kon zijn kreeg ik geen antwoord, het leidde alleen tot nog meer geluid. Ik deed een nieuwe poging en deze keer lukte het want het werd stil. Ondertussen was echter de oudste uit het zwembad verdwenen, zonder te douchen. Ik vond haar in het kleedhokje, deels al aangekleed. ‘Je moet nog douchen’, riep ik. ‘Dan trek ik mijn zwempak wel weer aan’, was haar antwoord. Dat duurde even want een nat zwempak aantrekken gaat niet zo gemakkelijk. Daarop gingen we samen naar de douche. Het valt niet mee om daar zelf droog bij te blijven, maar het lukte redelijk. Ze kon zichzelf wel afdrogen zei ze en verdween weer in haar kleedhokje. Daarin was nu ook weer haar zusje gekropen.

Toen zij aangekleed was en ze samen naar buiten kwamen werd het tijd om naar de auto te gaan. Het was toen al rustig geworden in de kleedkamer, iedereen van haar groep was al op weg naar huis en een nieuwe groep al weer begonnen met de zwemles.

Ik zocht alle spullen en tassen bij elkaar maar miste helaas de shampoo. Die stond nog ergens bij de douche. Dus terug en gelukkig stond het nog op de plek waar ik het had neergezet. Ik ontdeed me vervolgens, met een gevoel van geluk, van de blauwe hoezen en liep naar de uitgang. In de hal hoorde ik echter al van verre de jongste huilen. Ik liep op dit geluid af en zag twee beentjes onder de winkelkarretjes, die daar stonden, uitsteken. De oudste was het verst in een soort gang onder de wagentjes gekropen. Toen de jongste daar achteraan wilde was het een beetje mis gegaan. Ze kreeg, per ongeluk, een schop tegen haar hoofd. Ik vond het langzamerhand genoeg. Ik sommeerde ze direct onder die karretjes vandaan te komen. Gemakkelijk ging het niet, maar toch nog redelijk snel stonden ze enigszins bedremmeld naast me. Het verstoppen was helaas een beetje mislukt! Wat was ik blij dat ze weer achter in de auto zaten. Dodelijk vermoeid kwam ik thuis. Zwemles leuk? Echt niet altijd!

Later bleek dat er enigszins misbruik was gemaakt van mijn onwetendheid over het reilen en zeilen van voor en na de zwemles. Maar nu genoot buurvrouw zichtbaar van mijn verhaal. Is het toch nog ergens goed voor geweest.

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven