De Buurvrouw 2016-2

‘Zo’, zegt buurvrouw, ‘het wordt toch een beetje voorjaar. Maar goed ook want de winter hebben we gewoon overgeslagen. Het is net alsof we zo van de herfst in het voorjaar belanden.’ En inderdaad, waar zijn de winters gebleven. Je vraagt je af of ze echt nog een keertje terugkomen. Zo’n winter met een Elfstedentocht. Een echte met ijs, sneeuw en veel wind.

Ach, je kunt natuurlijk vertellen over de winters van toen. Toen wij nog jong waren en de sneeuw hier en daar tot de daken reikte. Dat we de wegen stonden vrij te graven en dan van de gemeente een pakje sigaretten of shag mochten halen. Een slechte combinatie tegenwoordig maar in die jaren nog heel gewoon.

Een winter als in 1963 met een heus isolement en een luchtbrug. Waarbij het ijs tot meters hoog opschoof op het strand en we iedere veertien dagen een avondje hadden in ‘De Zwaan’ waar de prijzen van schaatswedstrijden werden uitgereikt. We dansten in het achterste gedeelte, daar waar nu de bar staat. En op muziek gespeeld door Wilkus met zijn accordeon. Ach ja, zult u zeggen, andere tijden!

‘Inderdaad, andere tijden’, reageert buurvrouw, ‘heb je trouwens laatst die uitzending over euthanasie gezien op de tv?’ ‘Je bedoelt zeker dat gebeuren met die vrouw van ‘Huppakee weg’?’ vraag ik. Ja, die uitzending bedoelt buurvrouw inderdaad. De beelden van het sterven van deze demente vrouw hebben heel wat stof doen opwaaien. En dat is ook wel enigszins terecht, want confronterend waren de beelden zeker. Een vrouw die de ene dag nog haar man naar een café rijdt en vervolgens de volgende dag haar leven beëindigt. Het was haar eigen wens maar doordat ze ook haar spraak grotendeels had verloren, was: ‘Huppakee weg’ vrijwel het enige wat ze nog kon zeggen. Ze had vooraf een euthanasieverklaring getekend en er was toch wel zorgvuldig naar gekeken door artsen en deskundigen. Zo konden wij meemaken hoe met een injectie haar leven werd beëindigd. En dat in het bijzijn van haar man, haar moeder en haar zus.

Voor mij, en wellicht ook voor veel anderen, waren die laatste beelden niet nodig geweest. Er had kunnen worden volstaan met een mededeling dat deze vrouw, geheel in overeenstemming met haar wens, was gestorven. Nu was het wel schokkend dat alle kijkers konden zie hoe ze ‘Huppakee weg’ ging.

Een vreemde uitdrukking en wat misplaatst in de context van dit gebeuren. Maar ze had geen andere woorden meer. Terwijl het niet eens huppakee is maar hupsakee. Ze had ook gewoon kunnen zeggen: Hup, weg! Want in feite voegt dat hele ‘sakee’ niet eens zoveel toe. Je hebt hup, hupsa en ook nog hupsakee.

Ik heb altijd gedacht dat met de toevoeging ‘kee’ een persoon werd bedoeld. Dat het iets te maken had met een vrouw die Keetje heette en dat iemand tegen haar had gezegd: ‘Hupsa, Kee’. Vandaar dat ik aanvankelijk het nog wel wat passend vond al heette de vrouw in kwestie niet Keetje. Maar het had nog wel wat.

Maar nu ik nergens maar enig bewijs kan vinden dat mijn gedachte bewaarheid is, kijk ik er anders tegen aan.

‘Hup’ is een aanmoediging, een aansporing om iets op een snelle manier te doen en je kunt dat, volgens Van Dale, uitbreiden tot hupla, huplala, hupsa en hupsakee.

‘Och’, zegt Watze, ‘we moeten ons daar maar niet zo druk over maken. Dat ze graag dood wilde was wel duidelijk en het liefst ook nog zo snel mogelijk. Nou, dan is hupsakee nog niet eens zo gek bedacht. En dat ze daar huppakee van heeft gemaakt daar kon ze ook niks meer aan doen, of wel soms?’

‘Nee’, zeg ik, ‘daar heb je wel gelijk in. Maar wanneer nu iemand ‘hupsakee’ zegt moet ik, of ik het nu wil of niet, toch steeds aan haar denken. En zo heeft door deze demente vrouw dat woordje toch een andere lading gekregen.’ En daar zijn we het helemaal over eens met elkaar.

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven