De Buurvrouw 2015-2

Nooit gedacht dat ik nog eens een artikeltje zou schrijven over kippen. In feite zijn het als vogels complete mislukkelingen dacht ik altijd. Vliegen kunnen ze amper dus zullen ze het als hoen niet gemakkelijk hebben gehad. Tot de mens op het idee kwam ze in een hok te stoppen zodat je nog gemakkelijker hun eieren kon rapen! Nu zitten ze veilig opgeborgen en hun enige vijand? Juist, de mens!

‘Heb jij nog kippen?’ vraagt Watze me op een morgen. ‘Je bedoelt zeker of ik nog hinnen heb, antwoord ik grijnzend. Bewust gebruik ik even het eilander woord ‘hinnen’. Want Watze mag graag een beetje prat gaan op het eilander dialect. ‘Nou ja’, reageert Watze, ‘vooruit hinnen dan’. Je hebt hier ‘hinnen’ en ‘hanen’, net als er in de rest van ons land ook hennen en hanen zijn.

Je hebt dus vrouwelijke en mannelijke kippen die je gewoon hennen en hanen kunt noemen. Maar het is min of meer gewoonte geworden om in plaats van het woord ‘hen’ het woord ‘kip’ te gebruiken. En net als in de rest van ons land doen we daar hard aan mee. U zult merken dat misschien in het vervolg van dit verhaal hennen en kippen ook wel eens door elkaar heen lopen.

In Hollum en Ballum kennen ze echter ook ‘ut kiepehok’ in plaats van ‘ut hinnehok’. Verder heten jonge kippen in het eilander dialect niet kuikens maar ‘pielkes’ en die zitten dan weer in een ‘pielkeloop’. En dat is dan weer afkomstig uit het Fries. Maar daarmee heb ik nog steeds geen kippen. Wel gehad vroeger. We hadden Friese zilverpel en later ook de Friese goudpel.

Dat vertel ik aan Watze. ‘Maar goed dat je er niet bij was’, zegt Watze. En dan komen zijn verhalen over kippen. Hij blijkt onlangs een etentje te hebben gehad waar een tafelgenoot vertelde dat zij wel eens voor de kippen van vrienden zorgt. Het bleek meer werk te zijn dan ze had gedacht. Je moest er enkele keren per dag heen om allerlei luikjes open of dicht te doen en dan nog de kippen water en voer geven.

Dat met die luikjes heb je natuurlijk als de buren niet zo gecharmeerd zijn van een haan die direct begint te kraaien als het een beetje licht wordt. En dat kan, zoals u begrijpt, in bepaalde delen van het jaar akelig vroeg zijn. Maar wanneer je zo’n haan binnen houdt en het daar wat donker blijft zal hij het niet in zijn kop halen om te kraaien.

Een andere disgenoot bleek een schorre haan te hebben. Dat schor zijn van een haan blijkt een voordeel te zijn. Je buren hebben daar niet zo snel last van. Voor de rest mankeert er niets aan zo’n haan. Hij doet verder gewoon wat hij moet doen. Bewaakt de pikorde en zorgt dat er kuikens kunnen komen. Is er geen haan dan is het lastig kuikens krijgen. Maar ook bepalen de hennen zelf de pikorde. Lijkt me geen pretje voor de dames maar misschien valt het mee. Al ging het bij boerin Bertie ook niet gemakkelijk.

Het komt ook voor dat zelfs een haan het niet meer ziet zitten. Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Zo’n hok vol kakelende kippen. Je moet er maar tussen zitten. Levenslang toch! Maar ergens bleek een vrij zielig haantje te zijn dat pas mocht eten wanneer alle hennen zich hadden volgevreten. Niets is de hennen vreemd zou je zeggen.

Soms verdwijnen er hennen. Tafelgenoten hadden op een bepaald moment vijf hennen. Ze liepen gewoon los rond het huis en sliepen op een boomtak. Daar moet het fout zijn gegaan. Iemand of iets heeft er ondertussen vier laten verdwijnen zodat er slechts één hennetje is overgebleven. Ze hadden er geen haan bij. Het zou zomaar kunnen zijn dat een flinke haan wat beter op zijn hennen had gepast. Misschien is er wel iemand die geregeld een hennetje haalt om aan de ‘plofkip’ te ontkomen. Maar het lijkt er meer op dat een ander dier het heeft voorzien op deze, blijkbaar gemakkelijk te grijpen, smakelijke hennetjes

Dan nog de verhalen over enorme hanen. Hanen die zo groot en sterk zijn dat je er bang van wordt. Hanen die je zelfs aanvallen als je te dicht in de buurt komt. Hoe los je dat op. Je kunt natuurlijk een poging doen een dergelijke haan te grijpen en vervolgens een flinke bijl gebruiken. Maar er blijkt ook een andere manier te zijn. Geef het beest een grote watermeloen. Een dergelijke forse haan laat niet toe dat zijn hennen ook maar een stukje mee eten van zo’n lekkernij. Dus pikt hij en pikt tot het ding helemaal op is. En dan? Ja, daar krijg je als haan de racekak van. En enkele dagen later legt de haan zomaar het loodje.

Er is ook nog iemand aan tafel met een eenzame haan. De hennen waren oud en uitgelegd maar de haan kan volgens de eigenaar nog wel een tijdje mee. En daar zit nu die haan eenzaam te wachten op nieuwe dames. En enkele kilometers verderop zit een eenzaam hennetje weg te kwijnen. Haan zoekt hen zou je kunnen zeggen.

Aan het einde van de avond bleek dat kippen zelfs nog hele verre familie zijn van dinosaurussen. En inderdaad wanneer je je voorstelt dat een kip enkele meters groot is dan krijg je inderdaad iets wat op een dino lijkt. Vanaf nu kijk ik toch wat met meer ontzag naar die mislukte vogel. Vandaar wellicht die veertien nekwervels en slechts één actieve eierstok. ‘Gelukkig hebben ze ook nog een stok om op te zitten’, beëindigde buurvrouw het gesprek. En daarmee had zij, zoals gewoonlijk, het laatste woord.

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven