De Buurvrouw 2014-10

De afgelopen week was ik op zoek gegaan naar een stukje erfenis. Het bleek namelijk dat ik recht had op de graven Noord regel 20 nrs. 23 en 24 op de algemene begraafplaats te Hollum. Ik wist dat niet maar de overheid had mij bericht gedaan dat het recht om de graven te gebruiken kwam te vervallen. Ik kon dat recht verlengen maar de kosten bedroegen dan 800 euro voor tien jaar voor deze twee graven. Daarbovenop kwamen dan nog de administratiekosten.

Het bleken de graven te zijn van de ouders van mijn tante, Grietje Visser-Lutskes. Voor alle duidelijkheid zij was de vrouw van Jan Visser en woonde in de Oosterlaan te Hollum. Haar ouders Dirk Lutskes en Geertje Radema kwamen mee naar het eiland toen hun dochter trouwde met mijn oom. Jan en Grietje waren beiden op een leeftijd gekomen dat de kansen op een huwelijk al behoorlijk waren geslonken. Tante Grietje haar ouders hadden oorspronkelijk in Harlingen gewoond maar vestigden zich later in Den Haag. Er was een familieband met de familie Smid in Nes en ook brachten ze af en toe een paar dagen door op Ameland. Zo hebben Jan en Grietje elkaar leren kennen.

Haar vader Dirk overleed vrij kort na zijn komst naar het eiland, namelijk in mei 1956. Hij was toen 82 jaar. Ik herinner me hem zoals hij ziek lag in een bed voor het zuidraam van het oude huis in de Oosterlaan. Het was een vrolijke man die mij en mijn jongste zus allerlei grapjes vertelde en rijmpjes leerde. Ik kan me er niet zoveel van herinneren, mijn zus was drie jaar ouder en had, zoals later zou blijken, meer onthouden. Ik weet nog wel zijn rijmpje bij een kopje koffie: ‘Koffie gezet, gepist, weg is ’t!’ Als kinderen vonden wij dit soort rijmpjes natuurlijk prachtig, al zat zijn vrouw er altijd hoofdschuddend bij.

Ome Dirk, zoals wij hem noemden, werd tot zijn dood thuis verzorgd. Zijn vrouw Geertje overleed in maart 1965, 89 jaar oud. Ook zij is altijd bij haar dochter en schoonzoon in huis geweest. Vervolgens kwam opa Jan Visser bij hun inwonen. Hij overleed in augustus 1970, 93 jaar oud.

Dit alles hield in dat tante Grietje jarenlang wat we nu noemen ‘mantelzorger’ was geweest. Het woord ‘mantelzorg’ is ontstaan in 1971 en bestond toen dus nog niet, evenals het mantelzorgcompliment en de dag van de mantelzorg! Maar omdat er vrijwel geen alternatieven waren in die tijd was het vrij gebruikelijk dat ouderen op de een of andere manier door hun kinderen werden verzorgd.

Ze verbleven gedurende korte of langere tijd bij de kinderen. En afhankelijk van het aantal kinderen dat ze hadden en de mogelijkheden die er waren verhuisden ze regelmatig van het ene huis naar het andere. Ze hadden geen eigen plekje meer en konden vrijwel niets meenemen. Vaak sleten ze in de drukte van een gezin hun laatste dagen. Ik weet niet of ze het leuk hebben gevonden en of hun kinderen het altijd leuk vonden. Maar er was dikwijls geen andere oplossing, ook omdat een inkomen daarvoor ontbrak.

Het zal erg afhankelijk zijn geweest van je karakter, je gezondheid en de omstandigheden in het gezin of het nog leuk was of dat je misschien wel naar een spoedig einde verlangde. Ik denk dat veel ouderen onder ons nog wel hebben meegemaakt dat opa of opoe inwonend was. Het kon gezellig zijn maar de relatie met opa en opoe was toen wel wat anders dan tegenwoordig.

Ik moest niet alleen hier aan denken toen ik de beide eenvoudige grafstenen zag, die ik overigens ook nog een andere bestemming moet geven. Maar ook dacht ik aan al het gedoe rond ons verzorgings- en verpleegtehuis ‘De Stelp’ en onze nieuwe participatiemaatschappij, waarin het woord ‘zorg’ vanaf 2015 een andere betekenis zal krijgen. Het zorgde ervoor dat ik terug moest denken aan die jaren toen een alleenstaande ƒ 32,45 en een echtpaar ƒ 54,00 AOW pensioen per maand kregen en ze daar natuurlijk niet van konden rond komen. Er zal zeker geen verlangen bestaan om naar die tijd van ‘participatie’ terug te keren. Maar het was wel het begin van onze verzorgingsstaat en nu, ruim 50 jaar later, staan we aan het begin van de afbraak van veel goeds dat nimmer terug zal keren!

Oh ja, nog even over dat recht op begraven. Het blijkt dat er zeventien graven zijn waarop ik het recht heb iemand te begraven. Ik zou beslist niet weten wie dat allemaal zouden moeten worden. Dus heb ik besloten het recht op de graven van Dirk en Geertje op te zeggen. De stenen moet ik nog weghalen of laten halen. Maar mogen zij, ondanks alles, toch in vrede rusten!

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven