De Buurvrouw 2014-7

Het is natuurlijk niet de gewoonte om mijn kwalen en lichamelijke problemen middels dit medium aan u te openbaren. Maar de laatste weken word ik enigszins gekweld door knieproblemen. Het lopen gaat niet zo gemakkelijk en mijn uurtje tennis kan ik helemaal wel vergeten. Wanneer u dit leest ben ik bij een orthopeed langs geweest en weet ik wellicht iets meer over de kwaal en de mogelijke oplossing.

Mijn kleindochter was echter de eerste die een snelle oplossing voor het probleem had. Een kusje op de knie doet immers wonderen. Na de kusjes, voor alle zekerheid op beide knieën, kon ik niets anders dan zeggen dat het al wat was opgeknapt. Bij haar kun je gelukkig nog alle pijntjes wegnemen met een kusje op de gekwetste plek. En dat moet ook nog maar even zo blijven.

‘Geef mij maar een handje’, zegt ze in het volste vertrouwen dat haar steun alles oplost. ‘Weet je, opa’, zegt ze even later, ‘als je oud bent krijg je een loop- en zitding.’ Zo zie je maar dat ze voor alle problemen een oplossing kan bedenken. Een rollator zal, volgens haar, mijn toekomst zijn. Ik hoop echter dat de echte orthopeed een andere oplossing heeft.

Dit alles biedt mij wel de gelegenheid om wat meer ‘Prietpraat’ te vermelden. Zo wordt een computer een ‘televoeter’ en zijn ‘aan elkaar sokken’ een maillot. Lange vingers zijn ‘vingerkoekjes’ en wanneer we onze kleindochter vragen of ze nog wat yoghurt wil is het antwoord: ‘Doe maar tot kwart over tien’. Als ze op een avond wat treuzelt met haar broodje en wij zeggen dat het al bijna zeven uur is reageert ze met: ‘Ja, maar ik heb nog uren genoeg’. En daar ze heeft ze het gelijk helemaal aan haar kant. Vervolgens gaat ze de volgende dag even ‘opstoffen’ en is ze ‘zo handig als een smeerpoets’.

Wanneer ik haar, met haar mamma, op een dag in de ‘karretjeswinkel’ tegenkom wil ze met mij mee naar huis. Ik vertel haar dat oma niet thuis is en dat ik dus even alleen ben. ‘Geeft niks opa’, zegt ze, ‘ik pas wel op jou.’ Ze gaat er dus nu al vanuit dat mannen zich niet zo goed kunnen redden. In ieder geval heb ik blijkbaar wel die indruk gewekt tijdens haar nog jonge leventje. Nu heeft ze daar wel een beetje gelijk in. Wanneer oma een dagje weg is ben ik wel wat van slag. Alleen thuis is toch anders, al is het zelfs maar voor één dag.

Nu ik op deze manier in ‘het gemis’ ben beland moet ik weer even aan denken aan het gesprek met Watze en buurvrouw over de begrafenisrechten. Zelfs de Leeuwarder Courant kwam recent met een artikel hierover op de voorpagina. Het ging over het herbegraven van familieleden of het cremeren van een al begraven lichaam.

Een kort onderzoekje wijst uit dat je in de meeste gemeenten van onze provincie nog graven kunt huren voor in ieder geval twintig jaar. De tarieven zijn echter fors volgens het artikel in onze Leeuwarder Courant. Gemiddeld zijn de kosten in Friesland honderd euro per jaar. Daar zit dan wel vaak ook het onderhoud van graf en grafsteen bij. Het blijkt echter dat steeds meer mensen kiezen voor crematie zodat ze hun kinderen of kleinkinderen niet opzadelen met graven van overleden familieleden.

‘Het kan verkeren’ (het kan veranderen), schreef de Amsterdamse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaenszoon Bredero (1585 – 1618) als slotzin onder al zijn werk. Dat hij van verandering hield blijkt ook wel uit het feit dat hij nooit getrouwd is maar wel vele vrouwen in zijn toch korte leven heeft bemind. Vrij zeker zal zijn lichaam begraven zijn. Maar begraven wordt te duur en zo zullen straks de begraafplaatsen leger en leger worden.

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven