De Buurvrouw 2013-5

Wellicht kijkt u ook wel eens naar het programma ‘Boeken’ van Wim Brands op de zondagmorgen. In één van de laatste uitzendingen waren Nelleke Noordervliet en Kees van Kooten als gasten aanwezig. Nelleke Noordervliet schreef het Boekenweekessay ‘De leeuw en zijn hemd’. Een essay waarin de trots op ons verleden als belangrijk handelsland wordt gekoppeld aan het niet altijd even fraaie koloniaal verleden. Het boek ‘De verrekijker’, van Kees van Kooten, was dit jaar het Boekenweekgeschenk. Kees van Kooten schrijft over de verrekijker van zijn vader en hoe deze in zijn bezit is gekomen.

Het was even genieten toen Nelleke en Kees, tijdens de uitzending, terugkeken op hun jeugd en dus de jaren vijftig. Beiden werden geboren in Rotterdam. Kees van Kooten in augustus 1941 en Nelleke Noordervliet in november 1945.

In de jaren vijftig waren zowel een verrekijker als een fototoestel een kostbaar bezit. Wanneer je dit kon aanschaffen, en op je vakantie samen om je nek kon hangen, had je het redelijk gemaakt. Zo’n verrekijker ging ook je hele leven mee en was vrijwel onverslijtbaar. Zo ook het fototoestel waarmee je jarenlang de vakantiekiekjes maakte. Hoe dan later het rolletje naar de fotowinkel werd gebracht en het spannend was of de foto’s gelukt waren. Waren ze gelukt dan kon je even nagenieten van de vakantie.

Hoe het gezin ’s avonds niet naar de televisie zat te kijken maar naar het kastje van de radio. Daar was misschien weinig aan te zien, maar er waren wel de vaste radioprogramma’s van die jaren. Alles wel afhankelijk van de omroep waar je bij hoorde.

Hoe deftig het was om een telefoon te hebben, een zwarte telefoon met een draaischijf.

Ons gezin was duidelijk minder bemiddeld dan de gezinnen van Kees en Nelleke. We gingen wel ieder jaar vier weken naar Ameland. Daar waren wij, moeder en vier kinderen, thuis bij opa Jan Visser en opoe Klaaske Dekker in de Oosterlaan. Onze vader had in die mooie jaren vijftig slechts één week vakantie. Hij kwam op de fiets over de Afsluitdijk. Zo bespaarde hij aanzienlijk op de reiskosten. Een week later fietste hij vervolgens weer langs dezelfde route terug.

Hij had geen verrekijker en geen fototoestel. Eerlijk gezegd is het me toen nooit opgevallen dat wij dergelijke apparaten niet in ons bezit hadden. Dat kwam waarschijnlijk omdat de meeste gezinnen ze niet hadden. Je viel dus wel op met een verrekijker en een fototoestel. Maar het viel feitelijk niet erg op als je ze niet had!

Mijn vader heeft ze ook later nooit gekregen. Hij heeft het altijd moeten doen zonder verrekijker en fototoestel bedenk ik me nu. Ik vraag me overigens af of hij ze echt gemist heeft. Ik weet vrijwel zeker van niet. Helemaal zeker niet, omdat ik het hem niet meer kan vragen.

Hebben wij als kinderen de voor ons niet zichtbare verte en het niet zichtbare verleden dan wel gemist? Nee, ook niet. Al had ik nu wel graag wat meer foto’s van ons als gezin uit die jaren willen hebben.

Ik moest hier opnieuw aan denken toen ik vorige week in Leeuwarden zocht naar een fotowinkel. Het was in 1961 dat ik mijn eerste fototoestelletje kocht, een Kodak weet ik nog. Een klein, vierkant toestelletje, dat ik helaas niet meer in mijn bezit heb. In de jaren daarna kocht ik nog een ander toestel waar we jarenlang foto’s mee hebben gemaakt. Onze fotoboeken zien er een beetje uit zoals vermoedelijk veel fotoboeken eruit zullen zien. Er staan foto’s in van de geboorte en verjaardagen van de kinderen, van vakanties, Koninginnedag en Sinterklaas. Je mist feitelijk het leven van alledag. Jammer, maar het is nu te laat om daarvan een probleem te maken.

Aan het begin van deze eeuw kocht ik voor het eerst een digitale camera. Inmiddels heb ik nu de tweede en feitelijk zou je alweer een andere moeten kopen. De tactiek is de toestellen steeds weer iets beter en sneller te maken. Op die manier word je min of meer meegezogen in onze consumptiemaatschappij.

Wat een verschil met de jaren vijftig toen een fototoestel en een telefoon bijna een heel leven en soms misschien wel helemaal een leven lang dienst bleven doen. En over de gsm’s maar niet te praten. Die gaan gemiddeld twee jaar mee. Dan geeft de batterij het op en loopt ook je abonnement af zodat je weer een nieuwe nodig hebt.

En, ach ja, de fotowinkel in Leeuwarden. Tevergeefs heb ik ernaar gezocht die dag. Maar ik heb gehoord dat er een winkel is aan het begin van de Nieuwestad. Zover was ik niet teruggelopen maar ze blijken dus toch nog te bestaan!

Jan J. de Vries

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven